Uitgeverij Dulce et Decorum Wie in Nederland iets wil lezen over de Eerste Wereldoorlog kan putten uit een groeiende hoeveelheid in het Nederlands vertaalde non-fictieboeken. Vertaalde fictie is echter minder voorhanden. Uitgeverij Dulce et Decorum wil in deze leemte voorzien …. Meer lezen

Aanbieding ter gelegenheid

van de uitgave van deel 14

van de Bibliotheek

van de Eerste

Wereldoorlog ...

 

Voor slechts € 20,00 (voor Nederland geen verzendkosten) kiest u 3 van de eerste 8 delen. Deel 6, Witte zwanen, zwarte zwanen van Jennifer Johnston, is alleen in de aanbiedingsdoos te krijgen.

Dit is dé gelegenheid om kennis te maken met de schitterende boeken van de Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog.

AANBIEDING:

klik op de afbeelding

 

De Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog

De meest bijzondere romans, verhalen, dagboeken en memoires worden vertaald en uitgegeven onder de noemer van De Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog. 

William March – Compagnie K 

Dalton Trumbo – Stiltewoorden  

Paul Alverdes – Het Fluitersvertrek 

Thomas Boyd - Door het koren

Francis Brett Young - Mars op Tanga

Jennifer Johnston - Witte zwanen, zwarte zwanen 

E.E.Cummings - De Enorme Zaal

Harry Oltheten - Dauw

De Oorlogsherinneringen van Frank Richards, 1914-1918 

James Hanley - De Duitse gevangene / Passie in het aangezicht van de dood

E.P.F.Lynch - Modder van de somme

Bob Latten - Poststempel Verdun

Fritz von Unruh - Offergang

R.H.Mottram - De Spaanse Hoeve
Meer lezen

Bestellingen:

U kunt bestellen door een e-mail naar de uitgeverij te sturen [info@dulce-et-decorum.nl]. U krijgt dan een e-mail terug met de betalingsgegevens. 

William March - Compagnie K

William March

 

William March, pseudoniem van    William Edward Campbell (1893-1954), werd geboren in Mobile, Alabama. Hij was een gevoelig kind dat al vroeg belangstelling had voor literatuur. Al op twaalf jarige leeftijd schreef hij een gedicht van 10.000 woorden, maar zijn ouders zagen geen heil in de literaire ambities van hun zoon. Een heftig ervaren, maar door de ouders van het meisje in de kiem gesmoorde verliefdheid drukte hem op pijnlijke wijze op zijn armzalige status van klerk op een houtzagerij. De afwijzing was wel voedsel voor zijn ambitie hogerop te komen. Hij spaarde voor zijn eigen schoolopleiding en uiteindelijk schreef hij zich in aan de universiteit van Tuscaloosa (Alabama) om rechten te studeren. Toen zijn geld op was, moest hij alsnog een baan gaan zoeken. Hij ging op een advocatenkantoor in New York werken. Op 5 juni 1917, Registration Day, nam hij dienst in het leger. Hij werd ingelijfd bij de mariniers. Company F was zijn eenheid. In Frankrijk nam hij deel aan de aanval op Bois de Beleau, de gevechten bij Soisson, St.-Mihiel en Blanc Mont, en deed hij mee aan het Meuse-Argonne offensief. William was een moedig soldaat. Vooral in het gevecht om Blanc Mont onderscheidde hij zich. Hij kreeg voor zijn betoonde moed een aantal belangrijke onderscheidingen.

 

Vanaf het begin had hij een ambivalente houding jegens zijn oorlogservaringen. Aan de ene kant was hij, zoals vele van zijn 'lotgenoten', zwaar getraumatiseerd door de gruwelijkheden die hij had meegemaakt, maar aan de andere kant toonde hij zich trots dat hij vanf het voorjaar van 1918 tot de wapenstilstand aan alle belangrijke acties van de mariniers had deelgenomen. Over de precieze invulling van zijn krijgsdaden liet hij zich over het algemeen niet uit maar vrienden en bekenden herinnerden zich één verhaal dat hij keer op keer vertelde alsof het een boetedoening betrof. Over de entourage waarin het zich afspeelt circuleren verschillende versies, maar de kern blijft immer dezelfde. Tijdens hevige gevechten kwam William oog in oog te staan met een doodsbange Duitse soldaat. Hij stak onmiddellijk toe met zijn bajonet en doorboorde de keel van zijn tegenstander. De wijdopen ogen van de stervende jongen zouden hem zijn leven lang blijven achtervolgen. In de Manuel Burt-episode in Compagnie K heeft hij deze gebeurtenis, zonder succes, van zich af proberen te schrijven. Nagenoeg tot zijn dood heeft het beeld van de stervende soldaat met zijn starende ogen hem behekst, zozeer zelfs dat hij bij vlagen last had van hysterische aandoeningen aan keel en ogen.

 

'Slechts één ding weet ik zeker: in naam van de menselijkheid zou er een wet moeten zijn  die de verplichte executie beveelt van iedere soldaat die aan het front heeft gediend en daar aan de dood is ontsnapt,' zegt soldaat Colin Urquhart in Compagnie K. In extreme vorm verwoordt hij hier het standpunt van March, want zoals vele oorlogsveteranen voelde William schuld dat hij de oorlog vrijwel ongeschonden had overleefd terwijl zoveel van zijn kameraden gesneuveld waren of zwaar gewond. De innerlijke strijd sie hij moest voeren om hiermee in het reine te komen was bij vlagen zo heftig dat hij psychiatrische hulp moest zoeken.

 

Na de oorlog ging het William maatschappelijk voor de wind. Vooral na zijn indiensttreding bij de Waterman Steamship Corporation in Mobile steeg zijn ster snel. Tegen de tijd dat hij tien jaar na het einde van de oorlog het New Yorkse kantoor van die maatschappij oprichtte was hij al een man in bonis. Om zijn innerlijke demonen uit te drijven begon hij in die tijd korte verhalen te schrijven, onder andere over de oorlog. Na enkele deelpublicaties van selecties verhalen in tijdschriften zocht hij naar een uitgever die ze in boekvorm zou willen uitgeven. Eind 1932 vond hij onderdak bij Harrison Smith & Robert Haas.  Company K verscheen uiteindelijk 19 januari 1933.

 

Company K / Compagnie K

 

Nummer 86 van March’ tableau de la troupe korporaal Stephen Waller zegt het zo: 

 

Compagnie K kwam in actie op de twaalfde december 1917 om 10.15. bij Verdun in Frankrijk en stopte met vechten op de morgen van de elfde november 1918 bij Bourmont, nadat ze de avond ervoor onder granaatvuur de Maas was overgestoken. Ze nam in bovengenoemde periode deel aan de volgende grote operaties: Aisne, Aisne-Marne, St. Mihiel en Meuse-Argonne.

Een aantal mannen ontving een eervolle vermelding voor betoonde moed. De volgende onderscheidingen zijn toegekend voor moedig gedrag onder vijandelijk vuur: tien Croix de Guerre (vier ervan met palm), zes Distinguished Service Crosses, twee Médailles Militaire en een Congressional Medal of Honor. Laatstgenoemde onderscheiding viel toe aan soldaat Harold Dresser, een verbazingwekkend moedig man.

Het slachtofferpercentage (doden, gewonden, vermisten, zieken) was ruim driemaal hoger dan het gemiddelde bij andere compagnieën. Onze bevelvoerend officier, Terence L. Matlock, was kundig en efficiënt en werd door de mannen die onder hem dienden zeer gerespecteerd en bewonderd.

 

Dat zijn de droge feiten. Ze volgen onmiddellijk op de mededeling dat de wapenstilstand een feit is.

In de andere 112 verhalen beschrijft March het echte verhaal achter deze koele opsomming.

William March is een sobere schrijver wiens kale stijl de beladen verhalen in het geheugen etst. Zijn vertellers zijn vaak eenvoudige lieden met een opvallend scherp oog voor saillante details. Hun verhalen zijn vaak gebouwd op tegenstellingen (bijvoorbeeld idyllische natuur - oorlogsverwoestingen) en werken toe naar een climax die met subtiele verwijzingen wordt voorbereid. De Gruwel van de oorlog verdraagt voor March geen bombast en retoriek. Hij kiest voor understatement, ironie en suggestie en treft daarmee de lezer vol in het gezicht.



Klik voor het verhaal van Luitenant Thomas Jewett op de volgende link ...
  
In 2004 is Company K ook verfilmd. Klik voor informatie op de volgende link ...     
                                                                                                                                              
                                                                                                                                                 

Dulce et Decorum - Bibliotheek van de Eerste wereldoorlog nieuwsbrief

Blijft op de hoogte: