Uitgeverij Dulce et Decorum Wie in Nederland iets wil lezen over de Eerste Wereldoorlog kan putten uit een groeiende hoeveelheid in het Nederlands vertaalde non-fictieboeken. Vertaalde fictie is echter minder voorhanden. Uitgeverij Dulce et Decorum wil in deze leemte voorzien …. Meer lezen

Aanbieding ter gelegenheid

van de uitgave van deel 14

van de Bibliotheek

van de Eerste

Wereldoorlog ...

 

Voor slechts € 20,00 (voor Nederland geen verzendkosten) kiest u 3 van de eerste 8 delen. Deel 6, Witte zwanen, zwarte zwanen van Jennifer Johnston, is alleen in de aanbiedingsdoos te krijgen.

Dit is dé gelegenheid om kennis te maken met de schitterende boeken van de Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog.

AANBIEDING:

klik op de afbeelding

 

De Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog

De meest bijzondere romans, verhalen, dagboeken en memoires worden vertaald en uitgegeven onder de noemer van De Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog. 

William March – Compagnie K 

Dalton Trumbo – Stiltewoorden  

Paul Alverdes – Het Fluitersvertrek 

Thomas Boyd - Door het koren

Francis Brett Young - Mars op Tanga

Jennifer Johnston - Witte zwanen, zwarte zwanen 

E.E.Cummings - De Enorme Zaal

Harry Oltheten - Dauw

De Oorlogsherinneringen van Frank Richards, 1914-1918 

James Hanley - De Duitse gevangene / Passie in het aangezicht van de dood

E.P.F.Lynch - Modder van de somme

Bob Latten - Poststempel Verdun

Fritz von Unruh - Offergang

R.H.Mottram - De Spaanse Hoeve
Meer lezen

Bestellingen:

U kunt bestellen door een e-mail naar de uitgeverij te sturen [info@dulce-et-decorum.nl]. U krijgt dan een e-mail terug met de betalingsgegevens. 

DAUW in de NRC

GIJ DIE DE OORLOG INGAAT, LAAT ALLE FIJNZINNIGHEID VAREN

(Gecombineerde recensie van Dauw van Harry Oltheten en Luitenant Sturm van Ernst Jünger)

 

Het zijn twee uitersten binnen het genre van de WO-I-literatuur: Luitenant Sturm (1923) van Ernst Jünger, en Dauw (2009) van Harry Oltheten. Jünger (1895-1998) is de beroemde ‘staaleroticus’, begeesterd deelnemer aan WO I en oorlogsideoloog, die in zijn boeken met toenemend fanatisme de noodzaak van de oorlog als vernietigende en opnieuw scheppende kracht verdedigde. Oltheten (1946) daarentegen werd na WO II geboren, in een land dat in WO I neutraal was. Waar Jünger uit eigen ervaring schreef, schiep Oltheten Dauw uit de verbeelding. Toch zijn de boeken verwant, en niet alleen door het decor van de Grote Oorlog .
Dauw vertelt het verhaal van de Britse soldaat Pete Crawly, een cricketliefhebber, dichter en intellectueel, die in 1915 vecht aan het front. Niet de ‘gebruikelijke’ gevechtshandelingen zijn hier onderwerp, maar een ernstige uitwas, en de psychische gevolgen daarvan: Crawly behoort tot een groep van twaalf jongens die een deserteur moeten executeren. In het sterke begin van de roman krijgt elk hoofdstuk een tijdstip; de mededeling over de executie komt om half negen ’s avonds. Die nacht verstrijkt de tijd langzaam en bereiden de mannen zich voor. Ze vertellen elkaar verhalen, gaan er nog even op uit, raken verstrikt in nachtmerries of slapen juist als een baby.
Mooi aan Dauw, dat halverwege transformeert tot een iets minder aansprekende liefdesgeschiedenis, is hoe de begrippen ‘moed’ en ‘lafheid’ erin kantelen. De deserteur was voor zijn inzinking een meedogenloze ijzervreter, maar dat blijkt geen garantie voor moed onder alle omstandigheden. Ook onder de beulen wordt het begrip moed schimmig; is het moedig als je probleemloos een vastgebonden lotgenoot kunt omleggen? De bruut die ’s avonds nog een lolletje maakt van de naargeestige taak die de groep te wachten staat, stort op het cruciale moment in elkaar. Crawly verafschuwt de klus, maar voert hem wel uit. Hij lost het fatale schot en worstelt vervolgens met de vraag hoe hij die daad kan verenigen met de beschaafde mens die hij vóór de oorlog was.
In de levensbeschouwing van Ernst Jünger spelen thema’s als moed en beschaving eveneens een prominente rol – zij het op ogenschijnlijk tegengestelde wijze. Jünger onderscheidt minder grijstinten dan Oltheten en deelt de soldaten in twee categorieën in: de sterken, die gestaald worden door de gemechaniseerde strijd, en de zwakken, die daarin weerloos en bevend ten onder gaan. In zijn oorlogsboeken voerde Jünger deze oorlogsideologie steeds verder door, maar komt hij uiteindelijk voor een probleem te staan. De auteur zag, in navolging van Oswald Spengler, de oorlog als aankondiging van een ‘nieuwe wereld’: een harde wereld, waarin de ‘wellust naar het bloed’ gesublimeerd was in zijn beheersing van hypermoderne techniek. In die wereld was geen plaats voor beschaving, kunst en schoonheid.
Het probleem was Jünger zelf: kunstliefhebber, estheet, intellectueel. Volgens zijn eigen theorie moest hij die kant van zichzelf doden, want soldaat én schrijver zijn, nieuwe en oude mens, was onmogelijk. In zijn boeken lijkt het alsof die stap moeiteloos is gezet. Maar uit de novelle Luitenant Sturm blijkt dat dit wel degelijk een worsteling was.
Het boek omhelst de schoonheid, de literatuur, de beschaving, als bij een laatste afscheid. Hoofdpersoon Sturm leeft aan het front in een bunker bekleed met boeken. Met twee vrienden, de schilder Hugershoff en de retoricus Döhring, bespreekt hij Rabelais en Balzac. Sturm leest hun zelfgeschreven verhalen voor. Vaak heeft hij heimwee naar de tijd dat hij met geestverwanten in boekhandels sprak over ‘het Duitsland van de Romantiek, het Parijs van 1850, Rusland na Gogol, Vlaanderen na de gebroeders Van Eyck.’ Maar zijn bestemming als ‘nieuwe mens’ is onvermijdelijk. De transformatie begint met de introductie van luitenant Horn, een enthousiaste ijzervreter. Geen man van beschaving – hij valt in slaap als Sturm voorleest –, maar wel uitgerust voor de nieuwe wereld. Algauw valt het doek voor de intellectueel Sturm: als zijn bunker wordt beschoten en er licht moet worden gemaakt, verbrandt hij zijn verhalen. Hier werd Jünger definitief heraut van de nieuwe wereld.
Ook de oude wereld van Pete Crawly in Dauw kan na zijn daad, de executie van de deserteur, niet meer bestaan. Dichten lukt niet meer. Onherroepelijk keert hij terug naar het front, terug naar het geweld. Daarover zijn deze twee auteurs, hoe uiteenlopend ook, het eens: schoonheid, fijngevoeligheid, beschaving, ze kunnen niet bestaan in een oorlog . De fijngevoelige zal ten onder gaan, of hij moet alle fijngevoeligheid in zich doden. Uit Luitenant Sturm blijkt dat zelfs Ernst Jünger dat ooit betreurde.

Dulce et Decorum - Bibliotheek van de Eerste wereldoorlog nieuwsbrief

Blijft op de hoogte: