Uitgeverij Dulce et Decorum Wie in Nederland iets wil lezen over de Eerste Wereldoorlog kan putten uit een groeiende hoeveelheid in het Nederlands vertaalde non-fictieboeken. Vertaalde fictie is echter minder voorhanden. Uitgeverij Dulce et Decorum wil in deze leemte voorzien …. Meer lezen

Aanbieding ter gelegenheid

van de uitgave van deel 14

van de Bibliotheek

van de Eerste

Wereldoorlog ...

 

Voor slechts € 20,00 (voor Nederland geen verzendkosten) kiest u 3 van de eerste 8 delen. Deel 6, Witte zwanen, zwarte zwanen van Jennifer Johnston, is alleen in de aanbiedingsdoos te krijgen.

Dit is dé gelegenheid om kennis te maken met de schitterende boeken van de Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog.

AANBIEDING:

klik op de afbeelding

 

De Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog

De meest bijzondere romans, verhalen, dagboeken en memoires worden vertaald en uitgegeven onder de noemer van De Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog. 

William March – Compagnie K 

Dalton Trumbo – Stiltewoorden  

Paul Alverdes – Het Fluitersvertrek 

Thomas Boyd - Door het koren

Francis Brett Young - Mars op Tanga

Jennifer Johnston - Witte zwanen, zwarte zwanen 

E.E.Cummings - De Enorme Zaal

Harry Oltheten - Dauw

De Oorlogsherinneringen van Frank Richards, 1914-1918 

James Hanley - De Duitse gevangene / Passie in het aangezicht van de dood

E.P.F.Lynch - Modder van de somme

Bob Latten - Poststempel Verdun

Fritz von Unruh - Offergang

R.H.Mottram - De Spaanse Hoeve
Meer lezen

Bestellingen:

U kunt bestellen door een e-mail naar de uitgeverij te sturen [info@dulce-et-decorum.nl]. U krijgt dan een e-mail terug met de betalingsgegevens. 

Stiltewoorden - een fragment

I I I

 

Hij schoot omhoog door het koele water en vroeg zich af of hij de oppervlakte ooit zou bereiken. Het was de grootst mogelijke lariekoek dat mensen drie keer kopje onder gaan voordat ze verdrinken. Hij was dagen weken maanden god weet hoe vaak kopje onder gegaan en weer bovengekomen. Maar hij was niet verdronken. Elke keer als hij de opper vlakte bereikte verloor hij zich in de werkelijkheid en als hij kopje onderging verloor hij zich in het niets. Het waren langdurige fauwtes waarin hij snakte naar adem en vocht voor zijn leven. Hij vocht te intens en dat wist hij. Een man kan niet altijd vechten. Als hij verdrinkt of stikt moet hij verstandig zijn en zijn krachten sparen voor het laatste de finale de doodstrijd.

Hij bleef rustig achterover liggen want hij was niet gek. Als je op je rug ligt kun je drijven. Als kind deed hij dat vaak. Hij wist hoe het moest. Dat gevecht had zijn laatste krachten gevergd terwijl hij alleen maar had moeten drijven. Wat een idioot.

Ze waren met hem bezig. Hij had dat niet meteen in de gaten omdat hij ze niet kon horen. Toen herinnerde hij zich weer dat hij doof was. Het was grappig daar te liggen met mensen in dezelfde ruimte die je aanraken je onderzoeken je verzorgen terwijl je niets hoort. Zijn hoofd zat nog onder de bandages dus hij kon ook niemand zien. Het enige wat hij wist was dat ergens in de duisternis buiten het bereik van zijn oren mensen met hem aan het werk waren en hem probeerden te helpen. Zij haalden een deel van de bandages weg. Hij voelde zijn linkerkant plotseling koel worden door het plotselinge opdrogen van zweet. Ze waren met zijn arm bezig. Hij voelde de druk van een klein scherp instrument dat keer op keer toehapte en telkens een stukje van zijn huid pikte. Hij verroerde zich niet. Hij bleef gewoon liggen omdat hij zijn krachten moest sparen. Hij probeerde uit te puzzelen waarom ze hem zo pikten. Na elke aanval voelde hij het vlees van zijn bovenarm iets trekken en dat gaf een naar heet wrijvingsgevoel. Die korte rukjes gingen maar door en zijn huid werd elke keer heet. Het deed pijn. Hij wilde dat ze ophielden. Het jeukte. Hij wilde dat ze hem krabden.

Hij verstijfde als een dode kat. Er klopte iets niet met dat gepik en ge- trek en die wrijvingshite. Hij voelde dat ze met zijn arm bezig waren en toch kon hij zijn arm eigenlijk helemaal niet voelen. Het was net alsof hij in zijn arm rondtaste. Het was net alsof hij op zoek was naar het einde van zijn arm. Na het einde van zijn arm kwam volgens hem de muis van zijn hand maar de muis van zijn hand en het einde van zijn arm zaten hoog hoog net zo hoog als zijn schouder.

O Jezus ze hadden zijn arm afgesneden.

Ze hadden hem precies bij de schouder afgesneden hij kon het nu duidelijk voelen.

O waarom deden ze hem dit aan?

Dat konden ze niet maken de vuile smeerlappen dat konden ze niet maken. Zij hadden hem toch een of ander papier moeten laten tekenen. Dat was de wet. Je kunt toch niet zomaar aan de gang gaan en iemands arm afsnijden zonder hem te vragen zonder zijn toestemming te krijgen want een arm heb je nodig en is per slot van rekening persoonlijk eigendom en heb je nodig. O Jezus ik heb die arm nodig waarom hadden ze hem afgesneden? Waarom heb je mijn arm afgesneden antwoord waarom heb je mijn arm afgesneden? Waarom heb je dat gedaan waarom heb je dat gedaan waarom?

Hij zakte weer weg in het water en worstelde en worstelde en kwam weer boven en zijn buik schokte en zijn keel schrijnde. En de hele tijd dat hij onder water met één arm worstelde om weer boven te komen praatte hij voortdurend op zichzelf in dat dit hem toch onmogelijk overkomen kon zijn maar het was hem overkomen.

Dus ze hebben mijn arm afgesneden. Hoe moet ik nu werken zonder arm? Daar staan ze niet bij stil. Ze denken nergens aan maar gaan hun eigen gang. Weer een kerel met een gat in zijn arm laten we hem afsnijden wat zeggen jullie er van jongens? Zeker snijd hem maar af. Het vergt veel werk en veel geld om zo’n arm op te lappen. Dit is een oorlog en oorlog is gruwelijk en duivels naar de hel ermee. Kom op jongens let op. Slim hè? Hij ligt in bed en kan niets zeggen en dat is pech voor hem en wij zijn moe en dit is sowieso een stinkende oorlog dus laten we dat vervloekte ding afsnijden dan zijn we er klaar mee.

Mijn arm. Mijn arm ze hebben mijn arm afgesneden. Zie je die stomp daar? Dat was mijn arm. O echt ik had een arm ik ben ermee geboren en ik was net zo normaal als jij en ik kon horen en ik had net als iedereen een linkerarm. Wat vind je er nu van dat die luie smeerlappen hem er afgesneden hebben?

Wat vind je daar van?

Ik kan ook niet horen. Ik kan niet horen. Schrijf het op. Schrijf het op een stuk papier. Ik kan nog wel lezen. Maar ik kan niet horen. Schrijf het op een stuk papier en leg het in mijn rechterhand want ik heb geen linkerarm.

Mijn linkerarm. Ik vraag me af wat ze ermee gedaan hebben. A ls je iemands arm afsnijdt moet je er wat mee. Je kunt hem niet zomaar laten rondslingeren. Stuur je zoiets naar een ziekenhuis zodat ze hem uit elkaar kunnen halen en zien hoe een arm werkt? Wikkel je hem in een oude krant en gooi je hem ver volgens op een vuilnishoop? Verbrand je hem? Het is wel een deel van iemand een erg belangrijk deel van iemand en je moet er waardig mee omgaan. Neem je hem mee naar buiten en begraaf je hem en spreek je een kort gebed uit? Dat zou wel moeten want het gaat om een stuk van een mens dat verloren is gegaan en verdient daarom een goede uitgeleide.

Dulce et Decorum - Bibliotheek van de Eerste wereldoorlog nieuwsbrief

Blijft op de hoogte: